Ik was net vrij, het was zonnig en lunchtijd. Ik besloot niet meteen naar huis te fietsen, maar mezelf te trakteren op een broodje. Stond wat voor me uit te dromen terwijl het voor me belegd werd door een dame die ogenschijnlijk nog niet zo lang in het broodjesvak zat. Niet erg, ik had geen haast.

Buiten wilde ik een hap nemen, maar hé, dit was niet wat ik besteld had. Geen erwtenpuree, rucola en avocado op mijn geitenkaas – één van de specials en een ultieme traktatie – maar alleen een handje kiemen. Niks mis mee, maar niet wat ik wilde en waar ik voor betaald had. Even terug dan maar, daar was vast nog wel wat aan te doen.

Even in de rij tot een ander meisje me hielp. ‘Ah, u had erwtenpuree besteld?’ Het meisje pakte het broodje aan en

PATS.

Daar lag het in de prullenbak.

Ik stamelde nog wat over dat dat nou ook weer niet nodig was en over hoe zonde ik het vond. Het leek niet echt tot haar door ter dringen en het leed was al geschied. Noem me een verwende westerling, maar een broodje uit een vreemde prullenbak laten vissen gaat me ook weer net te ver.

Voedselverspilling is van alle dag

Voedselverspilling is van alle dag. We gooien lustig etenswaren weg in Nederland. En ja, hoewel ik er heel erg op let, beschimmelt er bij ons ook wel eens iets. Ik ben geen heilige, al doe ik op dit gebied echt mijn best.

Maar perfect, vers voedsel, waar helemaal niks mis mee is zó in de prullenbak gooien alsof het niets is, daarvan stond ik toch echt perplex. Het getuigt van enorm weinig besef waar voedsel vandaan komt, wat het vraagt van de aarde en van de ongelijke verdeling ervan op deze wereld.

Zo onnodig, zo onnadenkend: met een beetje avocado en een lik erwtenspread was het gewoon hetzelfde broodje geweest. Anders had ik het ook gewoon op willen eten. En al had ik het dan aardig gevonden als ze had aangeboden een eurootje terug te geven, zonder was het ook oké geweest.

Terugsturen of niet?

Hoewel ik me had voorgenomen dan maar extra te genieten, at ik het broodje uiteindelijk op met een knoop in mijn maag. Ik voelde me schuldig om de verspilling, al wist ik dat mijn teruggaan niet onterecht was.

Ik ben niet bepaald een klagerige horecabezoeker. Niet al te kritisch en zelfs als de bediening – excuse my French – ronduit ‘ruk’ is, vind ik het lastig om geen fooi te geven. Fouten maken is menselijk en ik weet uit ervaring dat het hard werken is.

Ik heb eigenlijk nog nooit iets teruggestuurd in een restaurant. Ik lust gelukkig bijna alles en ik heb al vaker meegemaakt dat ik liever opeet wat ik – onbesteld – krijg voorgeschoteld dan dat ik weet dat het waarschijnlijk weggegooid wordt in de keuken. Situaties als deze versterken dat gevoel dat ik maar beter kan zwijgen.

Tegelijkertijd vind ik dat je het best mag aangeven als iets niet klopt of niet oké is – al vind ik dat persoonlijk nog zo lastig – daar kan een zaak alleen maar van leren.

Dit gebeurt me niet nog eens

Natuurlijk wil ik zoiets in de toekomst voorkomen. Ik weet me bij een volgende ‘klacht’ in dit kader – als iets echt niet eetbaar is, is het weer een ander verhaal – zal ik me in elk geval wapenen met een ‘Ik wil het natuurlijk gewoon opeten, maar ik wil even aangeven dat…’. Het zal me niet nog een keer gebeuren.

Aan iedereen die werkt met voedsel, wil ik vragen je verstand nooit uit te zetten. Probeer bij een klacht te denken in logische oplossingen, waarmee je je klant tevreden maakt, zonder zinloos te verspillen.

Leg desnoods zo’n heerlijk broodje apart en eet het zelf op of maak er de buurvrouw of de straatmuzikant verderop blij mee. Maar verlies niet de waarde van voedsel uit het oog, al is het nog zo overvloedig aanwezig.