Ik ben op zoek naar mijn eigen kledingstijl. Het is niet dat ik bar ontevreden ben met hoe ik me kleed of wat er in mijn kast hangt. Sterker nog: nu ik mijn herfst– en wintercapsule gefotografeerd heb, ben ik me meer dan ooit bewust van alle mooie items die ik in mijn kast heb hangen. Ik vond het beide keren best moeilijk om te kiezen wat ik precies in mijn garderobe voor dat seizoen zou meenemen, omdat ik meer leuks kon bedenken dan de limiet die ik mezelf gesteld had. Ik kom dus weinig tekort, zou je zegen.

Toch vind ik het belangrijk om mijn eigen stijl nog specifieker te ontdekken en te definiëren en. Ik wil graag heel doordacht aankopen doen voor mijn kledingkast – kleding tot de draad opdragen is het duurzaamste wat je kan doen – dus dan is het handig om precies te weten wat ik mooi vind en wat bij me past.

Ik verslond het boek The Curated Closet (hier lees je mijn review) en ben daar nu flink mee aan de slag. Het is echt mijn leidraad voor het ontwikkelen van mijn stijl, omdat er zoveel handige opdrachten in staan. Het is heel leuk om het boek van voor tot achter te lezen, maar het is niet zo dat je elke stap tot in de puntjes hoeft uit te voeren. Ga ik ook niet doen, want het is niet alsof ik tot gisteren mijn kast nog gedachteloos volpropte met wat ik maar in een winkel tegenkwam. Ik heb al een aardig idee van mijn stijl en smaak, maar wil dat nog flink verfijnen. Daarvoor ga ik vier stappen doorlopen die gebaseerd zijn op het boek.

Hier zie je een paar elementen waar ik in elk geval van houd: zachte stofjes, oversized kleding jurkjes en herfstkleuren. Foto: Iris Zaagman 

De fasen

  1. De status quo bepalen & doelen stellen
    Hoe staat het er op dit moment voor met mijn kleding, stijl en kleedgedrag? Wat zint me wel en niet en wat wil ik zeker leren of tenminste onderzoeken? Dit deel doe ik vandaag uit de doeken.
  2. Oriënteren
    Lekker vanaf nul beginnen: inspiratie opdoen en grondig analyseren wat ik nu echt mooi vind en waarom. Ik moet leren letten op alle aspecten: van kleur tot pasvorm en van materiaal tot styling, accessoires en zelfs make-up. Dat laatste wordt nog wat, want daar heb ik vrij weinig interesse in.
  3. Experimenteren
    In deze fase ga ik mijn theoretische voorkeuren toetsen aan mijn eigen lijf en leven. Niets kopen nog, maar ontdekken: wat werkt wel voor mij en wat niet? Hoe kan ik het aanpassen zodat het toch bij me past? En wat kan ik beter links laten liggen, omdat ik me er toch niet prettig in voel of ik geen gelegenheid heb om het te dragen?
  4. Aanpassen
    Terug naar de eigen kast. Nu ik weet wat werkt, ga ik kijken wat ik kan met de kleren en accessoires die ik al heb. Misschien moet er iets bij, misschien kan er van alles uit. Ik ga iets overhaasten – al is het maar omdat je het perfecte kledingstuk niet dagelijks tegen het lijf loopt. In het boek word je ook echt aangemoedigd je kast rustig aan te pakken, zodat je je budget niet opmaakt aan veel prullen, maar aan mooie stukken die echt bij je passen. Stiekem hoop ik natuurlijk dat ik met wat kleine aanpassingen al grote stappen kan maken.

Hoe lang dit allemaal gaat duren? Geen idee. Ik ben nu bezig met de oriëntatie – een heel leuke fase – en denk dat vooral het experimenteren de nodige tijd gaat kosten. Natuurlijk ga ik intussen ook gewoon door met het dragen van mijn capsule en met het bijhouden hoe vaak ik mijn kleding draag. Dat kan alleen maar een waardevolle aanvulling zijn op de opdrachten uit The Curated Closet. 

Hoe staat het ervoor met mijn stijl en kleedgedrag?

Om een doel te bereiken, moet je wel een doel stellen (is dit er een van Cruijf of van mezelf?). En om te weten waar je naartoe wilt, is het best handig om te weten waar je nu staat. Om dat te bepalen, raadt The Curated Closet aan om een week lang bij te houden wat je draagt. Voor daarna staat er een lange vragenlijst in het boek die je helpt te bepalen wat je wel en niet bevalt aan je huidige stijl en kleedgedrag.

Ik begon lekker eigenwijs, want ik beantwoordde de drie laatste, concluderende vragen, zonder dat ik mijn outfits had bijgehouden. Aanpassen en aanvullen kan altijd nog, toch?

  • Wat vind je leuk aan je stijl en je huidige garderobe?
    Ik vind dat ik kleding in mooie kleuren heb, die goed bij me passen. Ik heb wat dat betreft geluk dat ik een herfsttype ben en dat óók de kleuren zijn die ik het mooist vind. Ik heb een aantal mooie, opvallende items in mijn kast waar ik erg van houd en ik ben ook niet bang om me een beetje eigenwijs te kleden.
  • Welke aspecten van je stijl en je garderobe kunnen wel wat werk gebruiken?
    Ik ben geneigd weinig af te wisselen en gewoon maar iets uit de kast te trekken, terwijl ik me beter voel in een doordachte outfit. Ik maak weinig gebruik van de accessoires die ik heb, dat past in hetzelfde, gemakzuchtige straatje. Ook wil ik beter voor mijn kleding zorgen.
  • Welke nieuwe vaardigheden zou je willen leren?
    Hoe ik veelzijdiger kan combineren, zodat ik me wat verrassender kan kleden. Zonder al te veel moeite (want dan doe ik het dus niet). En het zou leuk zijn om eindelijk te leren hoe sjaaltjes wél leuk staan in mijn haar. 🙂

Het bijhouden wat ik draag

Het bijhouden heb ik vervolgens wel gedaan. Ik heb een aantal weken – oké, niet altijd even consequent – bijgehouden wat ik dagelijks draag. Één week vond ik wat te kort, omdat ik mijn kleding probeer te dragen tot het in de was moet, uit duurzaam oogpunt. Dan levert een week niet heel veel verschillende outfits op.

Niet door de kledingstukken te turven, zoals ik al een paar maanden doe voor mijn capsule garderobe, maar juist door mijn outfits als geheel onder de loep te nemen. Ik probeerde elke dag een foto te maken, op te schrijven voor welke gelegenheid ik gekleed was en in hoeverre ik blij was met mijn look en waarom wel of niet. De foto’s zelf zijn helaas niet echt geschikt voor plaatsing, door de combinatie kleine passpiegel + winterlicht + telefooncamera. Als je niet weet wat ik aanheb, kun je er weinig van maken.

Na een paar weken vulde ik de uitgebreide vragenlijst in die in The Curated Closet staat. Zal ik niet helemaal  met jullie doornemen, maar er zijn wel wat opvallende zaken. En ik bleek mezelf en mijn kleedzwaktes al best goed te kennen!

  • Voor de meeste gelegenheden in mijn leven kan ik me vrij casual kleden en dat doe ik dan ook
  • Kleding moet goed zitten, niet trekken, opkruipen, openvallen of jeuken, anders laat ik het snel liggen
  • Mijn kleding is over het algemeen goed onderling combineerbaar, qua stijl en kleuren
  • Daardoor kleed ik me vaak wat gemakzuchtig, meer dan ik zou willen.
  • Als ik meer moeite doe, bijvoorbeeld door accessoires uit te zoeken, voel ik me beter over hoe ik eruit zie
  • Ik vind het heel leuk als iemand iets zegt over mijn outfit (en dat gebeurt vaker als ik een beetje mijn best doe, goh)

Dat sluit allemaal best wel aan bij wat ik al dacht. Ik neig naar comfy en makkelijk, maar word eigenlijk vrolijker van meer doordacht en wat meer opvallend. Dat is een belangrijk uitgangspunt om in de gaten te houden, want door gemakzucht kan ik nog wel eens het plezier in mijn kleding verliezen. En dat wil ik voorkomen!

Lol in mijn stijlzoektocht heb ik in elk geval nog volop. Zelf ben ik nu al een stapje verder: ik ben fanatiek plaatjes aan het verzamelen van outfits en stijlen die me bevallen. Heerlijk om te doen en in de volgende editie van mijn stijlzoektocht krijgen jullie daar een uitgebreide analyse van.