Wat ik nu schrijf, is waarschijnlijk niet nieuw voor je, maar wel iets dat ik zo belangrijk vind dat ik er aandacht aan wil blijven besteden:

Als je je garderobe wilt verduurzamen, moet je je kleding drágen

Alle kleding die je bezit, maar niet draagt, kun je zien als pure verspilling van de energie, grondstoffen en van het leed dat vaak komt kijken bij hoe kleding gemaakt wordt. Zelfs als je kleding van duurzame materialen koopt, die lokaal gemaakt wordt onder eerlijke omstandigheden, is het eeuwig zonde als je het niet vaak draagt.

Jullie hebben me vast vaker gehoord over de 30Wear Rule, de afspraak die je met jezelf maakt om een kledingstuk dat je aan je kast toevoegt minstens dertig keer te dragen. Zo’n afspraak is snel gemaakt, maar de uitvoering kan lastig zijn. Vandaag wil ik je een aantal gewoontes en manieren laten zien die je kunnen helpen dat doel van 30 keer dragen wel te halen. Door zorgvuldig te zijn in je aankoopproces én in hoe je daarna met je kleding omgaat, wordt de kans dat je je draagdoelen haalt stukken groter. Mijn ervaring is, dat je de stukken die je dertig keer draagt, vervolgens eindeloos zult aantrekken. Zo selecteer je die echte favorieten.

Voor je kleding aanschaft

  1. Houd een wishlist bij
    Of je nu de stad in gaat, online shopt of kringlopen afstruint, zorg altijd dat je weet waar je naar op zoek bent en houd je daar aan. Zo voorkom je dat je geld opgaat aan zaken die je niet nodig hebt en een kast vol onnodige dubbelgangers of stukken die niet bij je passen.
  2. Denk na over je aankopen
    Geef jezelf altijd bedenktijd. Doe geen impulsaankopen, maar wacht standaard een week om na te denken over je aanschaf.  Zo ebt de eerste koopdrift weg en kun je rationeler nadenken over waarom je iets wilt hebben. Heb je het nodig? Heb je al iets vergelijkbaars? Wat voegt het toe aan je kast? Alleen bij een tweedehands aankoop kan dit soms minder handig zijn, daar is er immers vaak maar één van. Wees daar wat soepeler, maar houd miskopen in de gaten. Breng iets terug naar de kringloop als je het toch niet blijkt te dragen of verkoop het weer.
  3. Koop alleen wat n’u bij je leven past
    Dit is er een die ik meegenomen heb uit The Curated Closet. Koop alleen dingen die bij je huidige leven passen. Koop nog geen kleding voor die baan die je graag wilt maar nog niet hebt, koop geen feestjurken omdat je een spannender leven zou willen hebben. En koop al helemaal geen kleding die ‘ooit wel gaat passen’. Kleding hoort jou te passen, niet andersom.
  4. Wees kritisch op alle facetten
    Zorg dat je weet waar jij het eerst voor valt bij een nieuw kledingstuk – je lievelingskleur, een bloemenprint, stipjes, een bepaalde trend – en probeer uit te zoomen naar het  geheel. Let niet alleen op dat ene aspect, maar ook op alle andere: kleur, materiaal, pasvorm, lengte, comfort.
  5. Leer je miskopen kennen
    Spit je kast door op kleding die je nu hebt, maar niet of nauwelijks draagt. Waar gaat het mis? Kriebelt het? Heb je niets om het mee te combineren? Is het je kleur niet? Leer van je eerdere missers en voorkom dat je weer met eenzelfde misser thuiskomt.
  6. Koop kleding die bij meerdere seizoenen past
    Natuurlijk zijn er altijd stukken in je kast die echt alleen voor hoogzomer of diep in de winter geschikt zijn, maar let er bij het kopen op dat het merendeel van je garderobe het jaar rond mee kan. Dat is een veel effectievere inzet van je kleding en maakt dat je kleren daadwerkelijk dertig keer uit de kast komen.

Als je kleding al in bezit hebt

  1. Maak vast combinaties
    Neem zodra je een aankoop in huis hebt even de tijd om er alvast 5 combinaties mee te maken die je graag zult dragen. Zet ze desnoods op de foto, zodat je een soort archief aanlegt van ready to wear-outfits. Ik heb zelf heel erg de neiging om bij haast of drukte gewoon maar iets makkelijks uit de kas te trekken, dus werk het voor mij heel goed om zonder na te denken toch iets leuks aan te kunnen trekken.
  2. Berg je kleding netjes op
    Zorg dat je kast opgeruimd is, zodat je overzicht hebt van wat je bezit. Vouw alles netjes op, hang op wat moet hangen, strijk vóór je het in de kast hangt (daar heb je ’s ochtends echt geen zin in) en houd je kast schoon, fris en georganiseerd. Neem afscheid van de stukken die je echt niet meer met plezier draagt omdat het niet goed past of niet meer mooi is. Die benemen je het zicht op de rijkdom aan kleren die je wel bezit.
  3. Pas kledingstukken aan
    Als je een stuk mooi vindt, maar iets je niet zint, kan een kleine aanpassing wonderen doen. Ik erger me bijvoorbeeld wel eens aan mouwen die net opgerold blijven zitten, dus moet ik ze vastzitten. Ook een knoopje dat steeds openspringt is zó vastgezet, als je maar oplet dat je het nog aan kunt trekken. Ik raad dit trouwens af voor kledingstukken die je nog moet kopen, ga dan voor niet minder dan perfectie. Tenzij het een eenvoudige aanpassing betreft – het inkorten van een broek bijvoorbeeld – wat je metéén regelt. Anders mooi in de rekken laten hangen, want dan komt het er niet meer van.
  4. Repareer (of laat dat doen)
    Je kunt het leven van je kledingstukken makkelijk verlengen door kleine zaken te herstellen. Repareer losse steekjes, zet zomen vast en knopen aan, naai een patch op een gat en laat je schoenen verzolen. Ook het afknippen van een spijkerbroek met een gat erin biedt nieuwe kansen.

Heb jij nog meer tips om je kleding volop te dragen? Laat het me weten! Als je meer wilt lezen over dit onderwerp,  bekijk dan ook even de tien vragen die ik mezelf stel voor ik tot een aankoop overga.