20160602_113152

In het boek Slow Fashion dat ik vorige week won, stuitte ik op de 30-Wear Rule van Livia Firth. Het komt er, heel simpel, op neer dat zij iedereen aanraadt om alleen nog dingen te kopen die je zeker 30 keer zult dragen. Deze stijlvolle dame, die met haar leeftijd van 46 jaar opgroeide voor fast fashion de normaalste zaak van de wereld werd, was gewend om haar kleding uit te zoeken op basis van hoe lang het mee kon – zowel wat betreft kwaliteit als hoe lang ze het met plezier zou dragen.

Inmiddels heeft Livia consultantbureau Eco-Age opgericht, dat bedrijven helpt zich op een duurzame en innovatieve manier te ontwikkelen. Nog altijd probeert ze op dezelfde manier met het kopen van kleding om te gaan als toen ze student was en een heel jaar spaarde voor een mooie jas. Mensen zijn volgens haar niet per se rijker nu – een huis kopen is bijvoorbeeld een stuk lastiger dan toen zij jong was – maar voelen zich dat wel, omdat er op het gebied van bijvoorbeeld kleding zoveel goedkoop aanbod is, dat mensen constant kunnen kopen wat ze willen. En dat ziet zij – omwille van maker en milieu – graag anders.

Niet veel
Toen ik Livia’s advies las, dacht ik in eerste instantie: een kledingstuk 30 keer dragen? Dat is toch helemaal niet veel? Nu ben ik zelf iemand die zich regelmatig een extra keer op een dag omkleedt. Toch even iets gezelligers voor een feestje, iets comfortabelers thuis of gewoon iets warmers, luchtigers of  ja, anders. Dat maakt de kans dat ik de 30 keer dragen aantik aanzienlijk groter, toch? Maar klinkt het niet makkelijker dan het is? Ik dook mijn kledingkast in om eens te zien welke kledingstukken ik zeker weten minstens 30 keer heb aangehad.

Moeilijk
Het resultaat? Ik vind het heel moeilijk. Zoiets zou je eigenlijk een jaartje moeten turven bij alle nieuwe dingen die je koopt. Ik ben streng geweest. Bij twijfel ga ik van het slechtste uit. Van zo’n 20 à 25 kledingstukken in mijn kast (en wasmand, want ja, daar liggen de meestgedragen items natuurlijk in) weet ik heel zeker dat ik ze 30 keer heb aangehad. Dan reken ik mijn vele jassen, schoenen en pyjamashirts niet meer. Die heb ik praktisch allemaal meer dan 30 keer gedragen, al is het maar omdat ze vaak lang mee gaan (of het niet uitmaakt hoe verwassen ze zijn) en ik ze elke dag nodig heb.

Maar ik heb veel, véél meer kleding dan die 25 stuks. En dat is confronterend. Natuurlijk heb ik ook redelijk veel dingen in mijn kast die ik nog niet zo lang heb en die ik voorlopig ook niet weg zal doen. Maar ik kwam ook genoeg tegen dat de 30 keer dragen nog lang niet heeft aangetikt en dat ik nu eigenlijk al niet meer met plezier aantrek.

Opvallend is trouwens dat merk en prijs er niet per se toe doen. Ik heb twee H&M-jurkjes die ik al in de vijfde klas kocht, schoenen van Van Haren waar ik jaren veelvuldig op loop en topjes van een kledingruil die ik rechtstreeks vanuit de was weer aantrek. Maar dat zijn natuurlijk wel de standvastige overblijfsels van een berg aan voortijdig verwassen en verstoten soortgenoten.

Afweging
De 30-Wear Rule heeft veel voordelen. Je moet echt goed nadenken voor je iets aanschaft. Afwegen of je die hippe top koopt omdat ermee dood wordt gegooid op straat of omdat het echt heel goed bij jouw figuur, stijl en de rest van je garderobe past. Kleding die je niet kunt combineren blijft waarschijnlijk in je kast liggen, net als iets waar je je net niet lekker in voelt. Ook enige kwaliteit is gewenst, anders overleeft je nieuwe aanwinst de benodigde wasbeurten niet. Voor mij persoonlijk kan het helpen om overbodige kringloopkoopjes tegen te gaan. Die hoef ik én om de centen én om eerlijkheidsredenen niet te laten liggen, maar van een kast vol tweedehands miskopen word ik toch ook niet vrolijk.

Een nadeel is dat kleding – of eigenlijk ikzelf – erg onvoorspelbaar kan zijn. Ik heb een jack dat ik erg enthousiast kocht, nooit droeg en dat na een jaar opeens praktisch aan mijn lichaam gekleefd zat. Met de beste wil van de wereld kun je soms niet voorspellen hoe lang je blij zult zijn met een outfit. Maar ik denk dat oefening kunst baart en je met kritische vragen aan jezelf een heel eind komt.

Bovendien kun je het jezelf makkelijk maken: hoe minder je koopt, hoe groter de kans dat je wat je wél hebt 30 keer draagt. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: galajurken, héél hoge hakken.. sommige momenten vragen om gelegenheidskleding waar je niet de volgende dag in naar de bakker hobbelt. Natuurlijk kun je je daar wel bij afvragen of je er dan zes varianten van nodig hebt, of dat één of twee ook genoeg is. Bij dit soort spullen vind ik dat je ook mag samenwerken: ruil ze & leen ze uit. Zo kom je samen misschien wel aan die dertig keer!

Actie
Deze maand wil ik elke dag iets aanhebben wat ik zeker nog geen 30 keer gedragen heb. Misschien kan ik zo weer ‘refrienden’ met een aantal van de verloren zielen in mijn kast. De kleding waar het echt niet meer mee gaat klikken, mag linea recta naar een kledingruil of de kringloop. Dan kunnen die stukken hun geluk bij een ander beproeven.

Ook wil ik een tijdje mijn kleedgedrag bij te houden. Wat draag ik eigenlijk en hoe vaak? Ik heb een prachtig excel-bestandje aangemaakt en ga gewoon eens turven. Ik ben benieuwd wat dat oplevert.

En jij? Heb jij ook kledingstukken waarin je praktisch lééft? En zou de 30-Wear Rule iets voor jou zijn?

Bron: Safia Minney – Slow Fashion