Met bewondering en interesse volg ik de blogs van Greenblush en Awkward Duckling, die allebei bezig zijn met de 30-Day Minimalism Game. Die uitdaging werd bedacht door minimalisme-koningen Joshua Fields Millburn & Ryan Nicodemus (die het boek: Minimalism: live a meaningful life schreven) en houdt in dat je een maand lang spullen de deur uitdoet. Op dag 1 één ding, op dag 2 twee dingen, op dag 3 drie stuks enzovoort, tot en met het eind van de maand. Dat betekent dat zij eind september van 465 overbodige spullen af zijn. Indrukwekkend toch?

Mijn eigen minimaliseermissie is wat minder rigide gegaan, maar bij het uitzoeken van kleren en andere spullen speelde toch steeds door mijn hoofd: hoe zorg ik dat mijn huisraad zich gaandeweg niet opnieuw verveelvoudigd? Uitgangspunt van mijn missie was – naast de ruimte die het minderen met zich meebrengt – immers voornamelijk dat ongebruikte spullen heel onduurzaam zijn: de grondstoffen en energie die gebruikt zijn om ze te produceren liggen in feite ergens in een kast of hoek te verpieteren, ontzettend zonde. Daarom is het van groot belang dat de weggedane spullen niet slechts plaatsmaken voor andere nietsnutten. Ik maakte voor mijzelf een lijst van tips om dat te voorkomen. Deze moeten mij helpen om minder te kopen en misschien heb jij er ook wat aan.

buy-less-choose-well-make-it-last-vivienne-westwood

  1. Zie elke aanschaf als die van een wasmachine
    Als je een wasmachine gaat kopen, doe je dat waarschijnlijk niet zomaar. Je hebt er een nodig, maar doet een weloverwogen aankoop. Je vergelijkt prijzen, kwaliteit en valt hooguit voor wat extra functies, maar koopt er niet opeens twee ‘omdat ze zo goedkoop waren’ en komt ook niet in plaats van met een washulp met een laptop thuis. Als je op deze manier met al je aankopen omgaat, is de kans een stuk kleiner dat je drie topjes koopt in plaats van die broodnodige spijkerbroek.
  2. Sluit verleidingen uit
    Schrijf je uit voor nieuwsbrieven, plak een anti-reclamesticker op je voordeur en kom alleen in winkels als je er iets te zoeken hebt. Als zesjarige raakte ik er begin november met de Intertoys-gids in de hand vast van overtuigd dat de ‘praatendu Urnieknufel’ op mijn Sinterklaaslijst moest staan, terwijl ik zo’n ding het hele jaar geen seconde gemist had. Producenten splitsen je maar al te graag verlangens in de maag die je anders absoluut niet zou hebben. Minder kopen begint vaak gewoon bij minder willen. Zelf heb ik de duurzame nieuwsbrieven die ik echt wil volgen naar mijn KouweKleren-mail verhuist, zodat ik ze wat ‘zakelijker’ bekijk.
  3. Maak een wishlist
    Over verlanglijsten gesproken: daar is dan weer niets mis mee. Schrijf alles wat je wilt kopen erop en spreek met jezelf een termijn af om er over na te denken. Geen impulsaankopen meer voor jou. Dit werkt ook goed in combinatie met een budget. Koop je nieuwe sandalen? Dan geen extra zomerrokje. Het dwingt je na te denken wat je echt nodig hebt. Pin vaste bedragen voor verschillende soorten uitgaven – boodschappen, kleding – en houd het daarbij, die tip kreeg ik vaak n.a.v. mijn artikel over het bijhouden van wat ik koop. Probeer wel om onnodige aanschaffen te vermijden als je nog geld ‘over’ hebt. Spaar het liever op voor de volgende periode.
  4. Schrijf op wat je koopt
    Dat deed ik afgelopen maand en het werkte echt. Het was confronterend en gaf me inzicht in waarom ik dingen koop. Hier kun je uitgebreid lezen hoe het beviel en wat ik ervan leerde. Ik ga er in elk geval mee door.
  5. Denk niet in geld, maar in grondstoffen
    ‘Wie het breed heeft, laat het breed hangen’ en ‘geld moet rollen’ zijn niet voor niets gevleugelde uitdrukkingen in onze taal. Waarom zou je je beperken als je het toch kunt betalen? Als je je realiseert dat alles wat je koopt ook een milieuprijs heeft, is het misschien makkelijker om iets te laten staan. Het fair modemerk Reformation  heeft dat goed begrepen. Per kledingstuk geven zij precies aan wat de milieubelasting van het maken is, extreem transparant dus. Ik zou het echt tof vinden als meer merken hier zo open over zouden zijn.
  6. Ruil & Leen
    Je hoeft niet alles te hebben, om het te kunnen gebruiken. Nu ik nog in een studentenhuis woon, heb ik simpelweg de ruimte niet voor grote apparaten, maar ook met huis met schuur & zolder kun je je afvragen of je een hogedrukspuit, aanhangwagen, gourmetstel en grasmaaier nodig hebt. Via leennetwerk Peerby of een aardige buur of familielid kun spullen die je maar zelden gebruikt prima uitwisselen. Duurzaam én ruimtebesparend.