N.B. Inmiddels ben ik tóch vegetariër eworden. Alles over het hoe en wat vind je in de post Help, ben ik nu toch vegetariër? 

Een kleine bekentenis: ik eet vlees. Niet veel, maar toch. Kun je over duurzaamheid en eerlijk(er) leven en consumeren schrijven als er wel eens een dier op je bord ligt? Sommige mensen zullen vinden van niet. Ik doe het toch. En ik wil best uitleggen waarom.

Ten eerste ben ik deze blog niet begonnen omdat ik een expert ben op het gebied van groen, eerlijk of duurzaam leven. Verre van. Ik ben keurig opgevoed met de regel dat lichten uit horen als je niet in een kamer bent, je nadenkt voor je de koelkast opendoet zodat je alles in één keer kan pakken of terugzetten en ik zal nooit maar dan ook nooit afval op straat gooien, zelfs niet op Koningsdag. Ik ben juist gaan schrijven om mezelf te dwingen meer te leren over duurzame en eerlijke kleren. En wie zich daar eenmaal in stort kan zich bijna niet onttrekken aan duurzaamheid op andere vlakken, bijvoorbeeld afval & voedsel. Ik leer elke dag bij en misschien sta ik over een jaar wel supergroen in het leven. Zo ver is het nog niet.

Ik ben ook opgevoed met ‘eten wat de pot schaft’ (iets waar ik mijn ouders vroeger iets minder, maar nu héél dankbaar voor ben). Ik lust dan ook bijna alles. Alleen met een stronk bleekselderij doe je me geen plezier, maar als dat door een salade of saus zit vind ik het oké, of ik slik het gewoon door. Eten mocht ik nooit ‘vies’ noemen, hooguit ‘minder lekker’. Zeer terecht, vind ik nu zelf ook. Mensen die iets afbranden voor ze het geproefd hebben, daar heb ik altijd moeite mee. Ten eerste vind ik het respectloos naar de kok, ten tweede nogal kinderachtig. Achteraf kun je altijd nog beslissen om een gerecht zelf nooit te maken.

Verder heb ik er nooit moeite mee om rekening te houden met voedselwensen van anderen. Ik heb in mijn studententijd altijd met vegetariërs in huis gewoond, heb vrienden die geen gluten, lactose of suiker mogen en vrienden die veganistisch eten. Op verjaardagen kook ik standaard vega, zodat iedereen lekker kan opscheppen. En tóch zou ik me zelf bezwaard voelen om anderen te beperken in wat ze mij kunnen voorschotelen. Gek hè? Hoewel vegetariër zijn in mijn omgeving heus een zeer geaccepteerd verschijnsel is – veganisten hebben het zwaarder te verduren – vind ik het moeilijk om eisen te stellen. Een van de oplossingen voor mij zou kunnen zijn om zelf nooit meer vlees te kopen of te bestellen, maar het wel te eten als een ander het voor me klaarmaakt. Daar komt mijn eetgedrag trouwens veelal op neer tegenwoordig. Rest nog slechts één puntje:

Het is niet alleen mijn begaanheid met de medemens die me ervan weerhoudt vlees te eten (om milieutechnische redenen zou ik dan elke vorm van vlees moeten bannen). Ik ben ook gewoon heel nieuwsgierig aangelegd én dol op allerlei eten. Als ik op vakantie ben, wil ik graag alles kunnen proberen. Deze zomer ga ik naar Roemenië en volgens alle reisgidsen heb je het daar als vega moeilijk. Het is misschien egoïstisch, maar ik wil de plaatselijke specialiteiten niet missen. Ook die met groenten niet hoor, laat dat duidelijk zijn. Een tartaartje in Polen, goulash in Hongarije, ik wil het allemaal proeven. Zeker als het me aangeboden wordt, dan komt de beleefdheid weer om de hoek kijken.

Van mijn vaste reismaatje kreeg ik laatst een geweldig boek: What did I eat today? Een dagboek voor food lovers met alle ruimte om de heerlijkheden die je eet – in een restaurant of zelfgeklust – neer te pennen. Met extra opdrachten als ‘teken je ergste maaltijd ooit’ en plaats voor je favoriete cocktails, koffieplekken en guilty pleasures. Een mooie plek om juist de verrassende reisgerechten in op te nemen. Wie weet blijkt Roemenië een stuk groentelievender dan gedacht en kan ik de fijne adresjes mooi weer doorgeven aan anderen die die kant op gaan.

what did I eat today bookIk zal mensen nooit veroordelen omdat ze vlees eten – ik doe het zelf immers ook wel eens – maar heb altijd wel een beetje medelijden met mensen die denken dat je zonder vlees geen lekkere, complete maaltijd kan fabriceren. Daartegen trek ik dapper ten strijde en ik zal niet rusten voordat ik zulke personen een maal heb voorgeschoteld waarbij ze het vlees niet missen.

Ik heb het idee dat steeds meer mensen en restaurants beginnen te begrijpen dat vlees ook maar één van de vele elementen is waarmee je een maaltijd tot een succes kan maken en dat is een hoopvolle gedachte. Tot die tijd laat ik vlees veelal aan me voorbij gaan als ik de keuze heb en heb ik heel veel respect voor mensen die heel trouw hun eetovertuigingen volgen. Misschien beland ik ooit nog aan hun kant. Tot die tijd ben ik misschien egoïstisch, maar ik ben niet onbewust. En daar voel ik me voorlopig goed bij.