Laatst schreef ik over minimaliseren in het algemeen, nu wil ik het over één specifiek terrein hebben: mijn kledingkast. De vierkante meters die absoluut de grootste klus waren om op te ruimen. Waar het meeste in zat, waar het meeste weg ging en waar de meeste emoties aan kleven (nee wacht, dat is toch mijn boekenkast, een goede tweede dan). Bovendien is dit nog altijd een fair-fashionblog, dus dat is lekker al reden genoeg om hier nog eens extra aandacht aan te besteden.

Natuurlijk zijn de regels uit mijn eerdere blog ook hier van toepassing: begin met het opruimen van iets makkelijks (waarom heb ik stapels massa’s kluskleding? Ik heb niet de ambitie om een aannemersbedrijf te beginnen), keep only the best en verzin een weggeefdoel (kledingruils zijn altijd goed!). Maar juist omdat een garderobe zo’n divers geheel is, kan wat extra houvast geen kwaad. Ik leg je twee methodes uit die voor mij heel goed werken.

Methode 1: De 30/70-regel
Alles à la Marie Kondo door mijn handen laten gaan om te voelen of ik er ‘blij’ van word, gaat voor mij niet werken. Als nostaligisch type heb ik zo’n beetje OVERAL concrete of minder concrete maar niet minder relevante blijde herinneringen aan. En zo niet, dan heb je altijd nog kans dat die panterlegging in de toekomst voor legendarische momenten gaat zorgen op dat ene nog niet georganiseerde themafeest. Dat schiet dus niet op.

Gelukkig schuilt ergens in mij –  onder dikke lagen geschiedenisboeken – nog het bètameisje dat Natuur & Techniek deed op de middelbare school. Harde cijfers heb ik nodig. Daarom ruim ik graag op volgens de 30/70-methode, die ik leerde toen ik voor het eerst aan een kledingruil meedeet.

Het is heel simpel. Bekijk de kledingstukken één voor één en verdeel ze in drie stapels:

  1. Afgelopen jaar minstens drie keer gedragen
    Dit is fijn spul. Dat wat je stiekem nog eens uit je wasmand vist om tóch nog een dagje aan te trekken. Niks mis mee, alles op deze stapel mag linea recta je kast weer in.
  2. Afgelopen jaar 1 of 2 keer gedragen
    Een diverse stapel. Oudjes waar je moeilijk afscheid van kunt nemen, maar ook dat leuke blousje waarvan de kleur je toch echt niet zo lekker staat. Van deze stapel doe je 30 procent weg, de rest mag blijven.
  3. Minstens een jaar niet gedragen of niet passend
    Deze stapel is in feite pure kastvulling. Maar misschien wel kastvulling waar emoties aan kleven. Daarom mag je je allerlievelingsstukken lekker houden. Als je maar 70 procent de deur uitdoet. Je zult zien: het is een opluchting.

P.S.  Eigenlijk is er nog een vierde stapel: met dingen die kapot zijn of vlekken hebben. Hier moet je streng zijn. Óf je maakt of reinigt ze diezelfde week nog (of je laat dat doen) of ze gaan onverbiddelijk weg. De textielbak in natuurlijk, bij het restafval is zonde.

Voordelen
Deze manier van kiezen voorkomt enerzijds dat je verzuipt in ‘weet-je-nog-en-misschien-heb-ik-ooit-nog-wel-eens-precies-zo’n-roze-rokje-met-slangenprint-nodig’-excuses. Meten is weten en niet dragen is wegdoen. Anderzijds komt de methode tegemoet aan nostalgisten als ikzelf: een (klein) deel van de kleren die je niet hebt gedragen mag je lekker toch gewoon houden. Zelfs die ene wishful-thinking spijkerbroek als je wilt.

Misschien vind je dit een halve maatregel, maar voor mij werkt het juist goed. Spijt krijgen van opruimen zit er niet in en geloof me: als een kledingstuk bij de volgende opruimronde weer op stapel 3 belandt, krijg je vanzelf meer de neiging om het toch maar weg te doen. Mij maakt het trouwens niet uit of je een beetje smokkelt, creatief afrondt of je gelegenheidskleding buiten beschouwing laat. Ook dan is het een heel goede methode om zicht te krijgen op wat en hoeveel je eigenlijk hebt. En als je eenmaal bezig bent, wordt afscheid nemen steeds makkelijker. Echt waar, ik spreek uit ervaring.

Methode 2: Maak een stijlbord
Deze heb ik van Melle van het geweldige Thankgoditismonday (voor al uw inspirerende powertalks en acute blijheid).  Van mooie plaatjes worden we allemaal gelukkig, zonder soms te weten waarom. Plak daarom een heleboel aansprekende beelden bij elkaar – dat mag op papier, maar misschien is Pinterest een handiger optie – en laat de boel op je inwerken. Welke patronen zie je? Zo krijg je langzaam inzicht in je eigen smaak en stijl.

Combineren
Dit valt trouwens prima te combineren met de 30/70-regel. Eerst gebruik je stapel 1 om te ontdekken wat maakt dat jij je lievelingskleren vanuit de wasmachine direct weer aantrekt. Zijn het de zachte stofjes? De kleuren? De wijde pasvorm? Probeer de equivalent van je favorieten te verwerken in je stijlbord. Is je stijlbord ‘af’ (eigenlijk blijf je natuurlijk doorgaan, want stijl staat immers niet stil)? Dan kun het beeld van jouw stijl weer toepassen op stapel 2 en 3. Doe dat deel weg, wat er niet (meer) bij past. En omdat je toch een deel mag houden blijft er genoeg ruimte voor die gekke uitschieter die je gewoon wilt bewaren voor als de gelegenheid óóit komt.

 

Het grote voordeel van deze methodes is dat je er niet alleen tijdens het opruimen profijt van hebt. Ze helpen je om een legere en overzichtelijke garderobe te krijgen, maar vooral ook om die zo te houden. Dat zit zo:

  1. Je weet wat je hebt. Ook ik kom – hoewel ik mijn kast écht netjes houd – wel eens verrassingen tegen. Onoverzichtelijkheid leidt tot onnodige aankopen, die de chaos alleen maar vergroten. Door stomweg te tellen – maak desnoods een lijst – voorkom je dubbele en overbodige aankopen. Bovendien kunnen de aantallen je bewust maken van je rijkdom. Ik ontdekte dat ik 16 passende jasjes heb. Pfoe.. moet daar echt nog meer bij?
  2. Je weet wat je wilt. Het kennen van je smaak en stijl maakt het kiezen van nieuwe kleren veel makkelijker. Zeker als je vanuit duurzaamheids- of financiële overwegingen wilt proberen om je alleen nog aankopen te doen die je écht vaak gaat dragen (zoals Livia Firth ons op het hart drukt), is het belangrijk om te weten waarom je dingen wel of niet graag aanhebt. Met een smartphone heb je je digi-stijlbord altijd bij de hand, maak daar gebruik van.
  3. Je weet wat je mist. Je stijlbord geeft je niet alleen inzicht in welke individuele kledingstukken je mooi vindt, maar ook hoe je ze kunt combineren. Misschien trek jij je geliefde bloemetjesjurken wel veel te weinig aan omdat je geen fijn, neutraal vest hebt om Nederlands zomerweer te doorstaan. Zo kan de aanschaf van één goedgekozen kledingstuk je halve garderobe efficiënter maken. Dat is pas een duurzame investering.

Zie jij iets in deze methodes? Of heb je nog veel betere tips om je kledingkast te temmen? Dat wil ik heel graag weten!