Twee weken onderweg. Ervaringen rijker, illusies armer. Leven zonder (wegwerp)plastic is niet altijd makkelijk. Dit zijn de lessen die ik leerde.

1. Plastic is overal
Mijn ochtendritueel? Deo uit plastic, mascara uit plastic, tandpasta uit plastic op een plastic tandenborstel. Lenzenvloeistof, de kaars die ik op een regenachtige dag aansteek, het plakbandje op een cadeautje: overal komt plastic aan te pas. Winkels en supermarkten lijken we plasticpaleizen, wat op dit moment erg goed werkt tegen impulsaankopen. En tegen ongezond eten. Koekjes, zoutjes, ik mag het allemaal niet kopen (behalve bij de bakker). Zelfgemaakte applecrumble kan natuurlijk wel gewoon. Maar hé, dat is fruit toch?

crumble2. Er zijn alternatieven
Soms is het even puzzelen, maar voor de meeste dingen zijn alternatieven te vinden. Ik ben uiteindelijk niet toegekomen aan het zelf maken van shampoo of afwasmiddel, maar make-up eraf halen gaat eigenlijk prima met een washand met water. Zeker op boodschappengebied kun je eigenlijk alles zonder plastic vinden. Melk uit een glazen fles, brood in een eigen tas, groenten en fruit van de markt en natuurlijk mijn losse thee in papieren zakjes.

losse thee 33. Gebruik je gezond verstand
Principes zijn leuk, maar je moet er niet in doorslaan. Uiteindelijk heb ik nog best veel wegwerpplastic gebruikt deze weken. Simpelweg omdat ik het in huis had. Ik gooi natuurlijk geen pak melk of potje kruiden weg omdat er een plastic dop op zit. Mijn volgende reistandenborstel (ik blijf wel elektrisch poetsen) wordt er één van bamboe, maar ik maak eerst deze op. Iets wat al gefabriceerd is maar niet (op)gebruikt wordt, is pas echt onduurzaam.

4. Feestjes zijn het moeilijkst
Goh, het is net een echt dieet. Zodra je op een sociaal gebeuren komt, is het het moeilijkst om je aan je plasticplannen te houden. Ik geef het toe: ik ben niet te streng voor mezelf geweest. Op feestjes heb ik gewoon meegedaan met de rest, zonder duik in de prullenbak om te zien waarin de pinda’s verpakt zaten. Zelf heb ik niks in plastic gekocht, maar ik eet vaak met anderen en eet dan wat de pot schaft (een van mijn andere principes). Ik vis geen stukjes paprika uit die heerlijke vega-risotto omdat het uit een stoplichtzak komt. Zie vorige punt ook, weggooien is nog veel meer zonde en a girl needs her vitamins.

5. Wees creatief 
Plastic is niet voor niets best een handige uitvinding. Soms mis je het gewoon en dan moet je creatief zijn. Zo verpakte ik een groot stuk watermeloen in een schone theedoek, gebruikte ik een oude plastic broodzak van mijn vriend om een brood in te verpakken (bij gebrek aan schone tas) en klotste ik net zo lang mijn cappuccino in de rondte tot alle melk meekwam bij het drinken (alleen plastic roerstaafjes in de buurt). Verpakkingsmateriaal bekijk ik met een nieuwe blik. Het is misschien onvermijdelijk, maar het na één keer gebruik weggooien is dat misschien wel. Een lege pindakaaspot mag mee naar de verpakkingsvrije winkel en in die glazen fles gaat mijn nieuwe voorraad zelfgemaakte likeur.

20160706_1150536.Een beetje lef graag
De meeste mensen wijken stiekem niet graag af, ik ook niet. Daarom kan het best gek voelen om met je eigen bakje naar een winkel te gaan of te vragen of je drankje zonder rietje mag (ik vergat het één keer deze maand en ja hoor..). Maar waarom zou je je moeten schamen voor een principe dat de wereld een klein beetje mooier maakt? Bovendien: het zal wel wennen. En misschien levert het nog een leuk gesprek op ook.

Met deze lessen in mijn oren geknoopt en mijn boodschappentas in mijn koffer ben ik gisteren vertrokken naar Roemenië. In den vreemde is het vaak net wat moeilijker om dit soort dingen vast te houden (en vakantiegemakszucht speelt daarbij ook wel een rol). Toch probeer ik mijn kersverse kritische verpakkingsblik mee te nemen. En dan zie ik wel wat ervan terecht komt. Elke niet-meegenomen verpakking is weer mooi meegenomen, zullen we maar zeggen.