Vorig jaar schreef ik nog een stuk over waarom ik wel eens vlees at. Ik heb het altijd al belachelijk gevonden dat vegetariërs en veganisten zich moeten verdedigen om hun keuze, dus vond ik het tijd om dat eens om te draaien. Inmiddels staan de zaken er anders voor: ik eet nu al een half jaar vegetarisch! Niet iets wat ik van te voren bedacht had – al lachten vriendinnen dat ze het al mij-len-ver zagen aankomen. Tijd voor een Q&A met mezelf.

Hoe dit zo?
Ergens in de derde week van januari ontdekte ik dat ik het hele nieuwe jaar nog geen vlees had gegeten. Toen besloot ik er gewoon actief mee te stoppen. Ik miste het niet – at al erg weinig vlees, dat blijkt – en er zijn genoeg andere manieren om aan mijn voedingsstoffen te komen. Het voelde opeens opeens als de goede beslissing, zo’n natuurlijke overgang.

Waarom doe je dit?
Het gaat mij in de eerste plaats om het milieu. Vlees eten heeft simpelweg een enorme impact en daar draag ik liever niet aan bij. In principe heb ik heen problemen met het af en toe eten van een dier – dieren eten elkaar immers ook op – maar de manier waar in onze huidige samenleving omgaan met met vlees vind ik minder tof. Vlees is een industrie geworden en dieren daarmee een product, dat staat me niet aan. Stiekem vind ik het ook wel fijn om nu ongegeneerd naar filmpjes van schattige mini-biggetjes te kijken zonder in mijn achterhoofd de gedachte te hebben dat ik te zijner tijd één van zijn soortgenoten in mijn mond stop.

Waarom ben je dan geen veganist?
Alles op zijn tijd. Ik weet overigens niet of de stap naar veganist ooit zal zetten – I just love cheese – maar er bewuster mee omgaan vind ik voor nu ook goed genoeg. Ik kook regelmatig zonder dierlijke producten, maar er volledig vanaf stappen zal ik voorlopig niet.

Hoe definieer je je eetgedrag?
Na enige twijfel nu toch als vegetarisch. In eerste instantie besloot ik zelf gewoon actief vlees te mijden, maar vond ik het nog moeilijk om aan anderen ‘op te leggen’ om rekening met me te houden als ik bij hen at. Wat dat betreft was mijn standpunt niet veranderd ten opzichte van mijn vorige post over vlees eten. Hoewel ik het fijn vind om flexibel te zijn en rekening te houden met anderen, merkte ik dat het onduidelijkheid schepte. At ik nou écht geen vlees of gewoon líever niet? Daarom heb ik de knoop doorgehakt en mezelf voortaan vegetariër te noemen. Misschien hielp het onbewust ook wel mee dat ik na enige tijd wist dat ik dit ook echt vol ging houden, dat het geen bevlieging was waar ik iedereen in meesleepte maar gewoon mijn manier van eten.

Heb je sindsdien nog vlees of vis gegeten?
In die eerste periode heb ik nog één keer zalm en één keer kip op. Beide in gerechten waar het er niet uit kon worden gehaald en van mensen die nog niet wisten dat ik het liever niet at. Ik vind het heel belangrijk om gastvrijheid te eren en omdat milieuredenen op nummer één staan, kan ik er wel mee leven als ik toch een keer vlees eet. Inmiddels weet denk ik iedereen in mijn omgeving wel dat ik vega eet en dat is wel zo makkelijk.

Is het moeilijk? 
Nee, niet echt. Er zijn misschien twee momenten geweest dat ik verlangend keek naar een stukje vlees. Één keer keek ik smachtend naar een stuk droge worst, waarna ik vrolijk mijn olijven verslond. Ook was ik in mei op een evenement van internationale studenten dat voor een groot deel bestond uit eetkraampjes waar je onbeperkt kon proeven. Toen vond ik het wel lastig om het bij de vega-dingen te blijven, uit pure nieuwsgierigheid naar al die dingen die ik nog nooit geproefd had – ik vind eigenlijk alles lekker. Maar ik heb me ingehouden!

Maak je uitzonderingen?
Ik heb mezelf één uitzondering beloofd, die sterk samenhangt met mijn ervaringen op het evenement dat ik net noemde: als ik op vakantie ga, wil ik graag de plaatselijke specialiteiten kunnen proberen, ook als deze toevallig vlees bevatten.  Ik vind eten zo’n belangrijk deel van het ervaren van een cultuur, dat ik mezelf dat gun. Deze zomer ga ik in praktijk uitvinden hoe dit gaat uitpakken. Ik verwacht grotendeels gewoon vega te eten, maar we gaan het zien!

Ook als ik toevallig nog een keer een maaltijd met vlees voorgeschoteld krijg, zal ik die in dankbaarheid opeten. En in grote groepen gaan mensen met allergieën sowieso voor. In praktijk nog niet voorgekomen – ik heb ontzettend lieve vrienden – maar mocht het wel zo zijn, dan maak ik er geen punt van.

Voor mij werkt het
Ik vind het best een stap om dit allemaal zo op te schrijven. Aan de ene kant voel ik me heel goed bij de keuzes die ik nu maak, aan de andere kant weet ik dat anderen mijn keuzes misschien niet zullen begrijpen. Maak ik de boel onnodig complex? Wellicht. Kies ik de weg van de minste weerstand? Misschien. Ik heb het afgelopen jaar best wel geworsteld met het afwegen van verschillende dingen die ik belangrijk vind. Uiteindelijk zijn mijn principes hetzelfde gebleven, maar heb ik het toch voor elkaar dat ik geen vlees meer eet. Daar ben ik blij mee en het werkt voor mij.

Op dit moment is dit voor mij een fijne manier van leven en eten. Die zal vast en zeker nog veranderen – inmiddels heb ik wel door dat mijn keuzes op dit duurzaam gebied zelden definitief zijn. Maar het voelt goed om de ‘spelregels’ voor nu vast te hebben liggen, zodat ik me ook weer kan richten op andere dingen die ik belangrijk vind, zoals het produceren van minder afval.