Zo, een teken van leven. Op een sporadische Instastory na – experimentje, ik weet nog altijd niet zo goed of ik er nou wel of geen fan van ben – was het hier eng stil. Jullie weten waarom: ik was aan het verhuizen. Bij gebrek aan een internetverbinding en enige concentratie op het gebied van alles wat niet direct met verf, plinten of dozen te maken heeft, heeft het enige tijd geduurd voor ik weer aan schrijven toe kwam.

Er staat inmiddels weer het een en ander in concepten, maar voor nu lijkt het me leuk om jullie een kijkje te bieden in de veroorzaker van de radiostilte. En wel in de vorm van een lijstje van de dingen die ik wel en absoluut niet ga missen nu ik verhuisd ben.

Wat ik niet ga missen:

  • Zeulen met was. Ik woonde jaren in een huis zonder wasmachine en zal het dan ook absoluut niet missen om met een wastas aan de arm naar mijn vriend, de wasserette of mijn ouders te hobbelen. Van de badkamer naar de berging it is, luf it. 
  • Mijn miniraam. Ik ben dol op naar buiten kijken en dat is dan ook het eerste wat ik doe als ik ergens voor het eerst ben. Helaas had ik zelf een nogal klein en hoog raam, waardoor mijn kamer een vrij donker hol was.
  • Bagger isolatie. Een oud huis heeft naast oneindig veel charme ook een nadeel: het is er heel snel koud. In de zomer was het lekker koel, maar in de winter soms niet warm te krijgen. Nu is ‘ie nog niet zo nodig, maar wat kijk ik uit naar de warme omhelzing die mijn wintertenen straks gaan krijgen van onze vloerverwarming. Schijnt ook reuze-efficiënt te zijn in een appartementencomplex, dus dat is ook weer fijn voor onze aarde.
  • Het inventieve afzuigsysteem waardoor de geuren uit de keuken de douche in werden gezogen. Mijn portie ‘douchen in nasilucht’ heb ik wel gehad.
  • Gebrek aan opruimplek. Hoewel onze verhuishulp met verbazing stond te kijken hoeveel verhuisdozen er uit mijn bescheiden optrekje opdoken, oogt het hier nu best leeg. Niet te geloven dat ik het echt zeg, maar dat is best wel zen eigenlijk.

Wat ik wel ga missen:

  • Mijn vijf lieve huisgenootjes in wisselende samenstellingen. Ik heb geen zussen, maar ik kan me best voorstellen dat een band met huisgenootjes een beetje vergelijkbaar is. Je deelt dan wel geen jeugd samen, maar ziet elkaar wel op álle momenten die het leven rijk is. Hilarische, chagrijnige, vrolijke, verdrietige, gestreste, moeilijke en superblije momenten. Een vriend en een kat maken veel goed, maar samenwonen met vijf vrouwen kan ik iedereen aanraden.
  • Wonen aan de gracht. Ik denk niet dat ik ooit nog op zo’n toplocatie zal komen te wonen. Gelukkig zit ik in vijf minuten weer hartje centrum, maar zo naar buiten stappen de gracht op, is wel een ongekende luxe.
  • Ons bankje voor het huis. Op het zuiden, dus als de zon scheen, had je ‘m de hele dag. Lekker buiten eten, wijn drinken en zwaaien naar de bootjes.
  • Spontane bijpraatsessies waarbij het hele huis uiteindelijk bij één iemand in bed belandde om alle belevenissen van de laatste tijd flink door te spreken.

Vandaag werd ik erop betrapt dat ik zowel mijn oude huis, als ons nieuwe huis en het oude huis van mijn vriend als ‘mijn huis’ bestempelde. Ik ben overal aardig ingeburgerd, zullen we maar zeggen. Is er niet zo’n schit-te-rend Xenos wandbord dat ons vertelt dat de mensen van wie je houdt je huis tot een thuis maken? Misschien stiekem toch wel een beetje waar. #bah #klef #nooitkopen.